In die zaak, betreffende een nationale regeling voor de toekenning van verhandelbare certificaten aan groenestroomproducenten die enkel rekening houdt met de in die lidstaat geproduceerde groene stroom, heeft het Hof gesteld dat een dergelijke regeling een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking vormt en in beginsel niet verenigbaar is met de verplichtingen krachtens artikel 34 van het Verdrag.
In that case, concerning a national system which provided for the award of tradable certificates to producers of green electricity solely in respect of green electricity produced in the territory of that Member State, the Court of Justice held that such a system constituted a measure having equivalent effects to quantitative restrictions on imports, in principle incompatible with the obligations resulting from Article 34 of the Treaty.