3. verzoekt het ICTY en zijn openbare aanklager maatregelen te nemen om te onderzoeken of de vereisten voor voorwaardelijke vrijlating in de nieuwe omstandigheden nog steeds bestaan; merkt op dat het niet bevorderlijk zou zijn voor het bereiken van de doelen van het ICTY als dit verschillende maatstaven zou hanteren met betrekking tot voorwaardelijke vrijlating; spoort het ICTY ertoe aan vastberaden maatregelen te nemen om het vertrouwen in het ICTY, dat door de onthutsende en onaanvaardbare publieke uitspraken van Šešelj is aangetast, te herstellen en onder meer alle nodige maatregelen te nemen om de afronding van alle rechtszaken en beroepen die voor het Hof dienen te bespoedigen; herinnert eraan dat het voor een waarachtig en duurzaam
...[+++] verzoeningsproces onontbeerlijk is dat de plegers van oorlogsmisdaden worden berecht;
3. Calls on the ICTY and its Prosecutor’s Office to take measures to re-examine the existence of requirements for provisional release under new circumstances; notes that different standards regarding the Tribunal’s practice concerning provisional release would not contribute to the achievement of the ICTY’s objectives; encourages the ICTY to take determined action to restore the trust in it that has been weakened by Šešelj’s appalling and inadmissible public statements, including taking all necessary measures to accelerate the completion of all trials and appeals before it; recalls that bringing perpetrators of war crimes to justice is an indispensable condition for a genuine and lasting reconciliation process;