De Lid-Staten nemen overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de ondernemingen waarvan de bedrijvigheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren, of de met dit vervoer samenhangende laad- en loswerkzaamheden omvat, uiterlijk op 31 december 1999, een of meer veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen aanwijzen, die ermee zijn belast te helpen bij de preventie van de aan dit soort activiteiten verbonden gevaren voor de veiligheid van personen, bezittingen of het milieu.
The Member States shall take the necessary measures in accordance with the requirements of this Directive to ensure that no later than 31 December 1999 undertakings the activities of which include the transport, or the related loading or unloading, of dangerous goods by road, rail or inland waterway each appoint one or more safety advisers for the transport of dangerous goods, responsible for helping to prevent the risks inherent in such activities with regard to persons, property and the environment.