Na de concentratie zouden immers twee dochterondernemingen van de Koninklijke Shell-Groep banden hebben met de beide technologische processen: Shell Petroleum dat de leiding heeft in de gemeenschappelijke onderneming Sophia (Spheripol-procédé) en Shell Oil dat de bij de Unipol-technologie gebruikte katalysator levert.
Following the transaction, two subsidiaries of the Royal Dutch Shell group would have had ties with the two technological processes: Shell Petroleum, the leading firm in the industry, through the joint subsidiary Sophia (Spheripol process), and Shell Oil, the supplier of the catalyst used in the Unipol technology.