Bij wijze van uitzondering op leden 3, 4, 5 en 6 mogen de lidstaten, in noodsituaties, de getroffen luchthavens voor de desbetreffende periode als gecoördineerd aanwijzen.
By way of derogation from paragraphs 3, 4, 5 and 6, Member States may, in emergency situations, designate as coordinated the airports affected for the appropriate period.