2. herinnert aan de collectieve en individuele toezeggingen van de lidstaten van de EU om hun officiële ontwikkelingshulp (ODA) te verhogen tot 0,7% van hun bruto nationaal inkomen (BNI), waarvan minstens 0,2% van het BNI voor minst ontwikkelde landen (LDC's), of, in het geval van landen die in 2004 of daarna tot de EU zijn toegetreden, om hun ODA te verhogen tot 0,33% van hun BNI; wijst erop dat de ontwikkelingshulp van de EU bijdraagt aan deze streefdoelen en daarmee de grote ODA-tekorten van de meeste lidstaten helpt verminderen; herinnert eraan dat minstens 50% van de ODA van de EU moet worden toegewezen aan LDC's;
2. Recalls the EU Member States’ collective and individual commitments to raise, by 2015, the level of their Official Development Assistance (ODA) to 0.7 % of Gross National Income (GNI), including at least 0.20 % of GNI to Least Developed Countries (LDCs), or, in the case of states which joined the EU in 2004 or later, to strive to increase their ODA to 0.33 % of GNI; notes that EU development assistance counts towards these targets and therefore helps reduce the big ODA deficits of most Member States; points out that at least 50 % of EU ODA must be allocated to LDCs;