Zou Larco na 1999 in het geheel geen winst maken, dan mochten de crediteuren trachten hun vordering op een aantal manieren te innen, onder meer door heroverweging van de verschuldigde betaling, kapitalisatie van de schuld enz. De crediteuren waren echter niet gerechtigd tot gedwongen executie van de uitstaande schuld, bijvoorbeeld door beslag op de activa van de onderneming of het aanvragen van haar faillissement.
If Larco did not make any profits after 1999, the creditors had the right to pursue the repayment of their debt through various means, such as considering the payment due, capitalising the debt etc. However, the creditors were not entitled to any forced execution of the outstanding debt, such as seizing the company's assets or forcing the launch of the bankruptcy procedure against the company.