De Raad van Europe verwijst in zijn documenten naar nationale minderheden als 'een groep personen in een staat, die verblijven op het grondgebied van die staat en burgers zijn van die staat; langdurige, vaste en solide banden onderhouden met die staat; specifieke etnische, culturele, religieuze of linguïstische kenmerken vertonen; voldoende representatief zijn, maar tegelijk minder in getal dan de rest van de bevolking van die staat of een regio van die staat; en ernaar streven om samen te behouden wat hun gemeenschappelijke identiteit vormt, met inbegrip van hun cultuur, hun tradities, hun godsdienst of hun taal'.
The Council of Europe when speaking about national minorities in its documents refers to ‘a group of persons in a state who reside on the territory of that state and are citizens thereof, maintain longstanding, firm and lasting ties with that state, display distinctive ethnic, cultural, religious or linguistic characteristics, are sufficiently representative, although smaller in number than the rest of the population of that state or of a region of that state, are motivated by a concern to preserve together that which constitutes their common identity, including their culture, their traditions, their religion or their language’.