De Commissie concludeert dat Het Verdrag impliceert dat, zo lang er Lid-Staten zijn die niet deelnemen aan de derde fase van de EMU, er een wisselkoersarrangement tussen die landen en de deelnemende groep zal bestaan.
The Commission concludes that the treaty implies the existence of an exchange rate arrangement between the single currency and the currencies of any countries which do not participate in the third stage of EMU for as long as there are countries in this situation.