Het Hof oordeelt dat de in de richtlijn gedefinieerde schade, namelijk een „ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon” van de verzoeker , betrekking heeft op een algemener risico op schade dan de andere twee in de richtlijn gedefinieerde soorten schade, die doelen op situaties waarin de verzoeker specifiek wordt blootgesteld aan het risico op een bepaald soort schade.
The Court holds that the harm, defined in the directive as consisting of a ‘serious and individual threat to [the applicant’s] life or person’ , covers a more general risk of harm than the other two types of harm defined in the directive , which cover situations in which the applicant is specifically exposed to the risk of a particular type of harm.