Indien een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een specifiek detergens weliswaar aan de voorschriften van deze verordening voldoet, maar niettemin risico’s oplevert voor de veiligheid of de gezondheid van mens of dier of voor het milieu, kan hij alle passende voorlopige maatregelen nemen die nodig zijn, overeenkomstig de aard van het risico, om ervoor te zorgen dat de desbetreffende detergens geen risico meer vormt, binnen een redelijke termijn uit de handel wordt genomen of wordt teruggeroepen, of dat de beschikbaarheid ervan op een andere wijze wordt beperkt.
Where a Member State has justifiable grounds for believing that a specific detergent, although complying with the requirements of this Regulation, constitutes a risk to the safety or health of humans or of animals or a risk to the environment, it may take all appropriate provisional measures, commensurate with the nature of the risk, in order to ensure that the detergent concerned no longer presents that risk, is withdrawn from the market or recalled within a reasonable period or its availability is otherwise restricted.