Het eerste gaat over de ondertekening door de EG van het Energiegemeenschapsverdrag met tien landen, juridische eenheden of contraherende partijen (Albanië, Bulgarije, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Roemenië, Servië, Turkije en Kosovo) en het tweede voorstel gaat over het sluiten van een dergelijk verdrag.
La première porte sur la signature par la Communauté européenne du traité instituant la Communauté de l'énergie avec dix États, entités juridiques ou parties contractantes (Albanie, Bulgarie, Bosnie-Herzégovine, Croatie, ancienne République yougoslave de Macédoine, Monténégro, Roumanie, Serbie, Turquie et Kosovo) tandis que la seconde porte sur la conclusion de ce traité.