De rem kan van het wrijvingstype zijn (indien de krachten ont
staan door wrijving tussen twee ten opzichte va
n elkaar bewegende delen van het voertuig), elektrisch (wanneer de krachten ontstaan door elektromagnetische werking tussen twee ten
opzichte va
n elkaar bewegende delen van het voertuig die elkaar niet raken), een vloeistofrem (indien de krach
...[+++]ten ontstaan door de werking van een vloeistof welke zich bevindt tussen twee ten opzichte van elkaar bewegende delen van het voertuig) of een motorrem (wanneer de krachten ontstaan door gedoseerde vergroting van de op de wielen overgebrachte remmende werking van de motor).
Le frein peut être du type à friction (lorsque les forces naissent du frottement entre deux pièces en mouvement relatif appartenant toutes deux au véhicule), électrique (lorsque les forces naissent par action électromagnétique entre deux éléments en mouvement relatif - ne se touchant pas - appartenant tous deux au véhicule), à fluide (lorsque les forces se développent par l'action d'un fluide qui se trouve entre deux éléments en mouvement relatif appartenant tous deux au véhicule), moteur (lorsque les forces proviennent d'une augmentation artificielle de l'action freinante du moteur qui est transmise aux roues).