(20) De lidstaten dienen elkaar te raadplegen wanneer het niveau van een verontreinigende stof ten gevolge van aanzienlijke verontreiniging die in een andere lidstaat haar oorsprong vindt, de met de overschrijdingsmarge verhoogde toepasselijke luchtkwaliteitsnorm of, naar gelang van het geval, de alarmdrempel overschrijdt of waarschijnlijk zal overschrijden.
(20) Les États membres doivent se consulter si, à la suite d'une pollution importante provenant d'un autre État membre, le niveau d'un polluant dépasse ou risque de dépasser les normes de qualité de l'air applicables, augmentées de la marge de dépassement ou, selon le cas, le seuil d'alerte.