De Raad merkt op dat, volgens de prognoses van het stabiliteitsprogramma, de totale ontvangsten in verhouding tot het BBP in de programmaperiode afnemen (ondanks een vrij stabiele belastingdruk), terwijl de uitgavenquote een gestage stijging vertoont (met inbegrip van de voorzieningen voor onvoorziene gebeurtenissen).
Le Conseil observe que, selon les projections du programme de stabilité, le taux général des recettes baisse au cours de la période considérée (malgré une pression fiscale largement stable), alors que celui des dépenses est en augmentation constante (provisions pour imprévus comprises).