12. verzoekt de regeringen van de landen van Zuidoost-Europa om, in het licht van het toenemend religieus fundamentalisme en de terugkeer naar de patriarchale samenleving, in te staan voor de fundamentele vrijheden en de eerbiediging van de mensenrechten, vrijheid van gedachte, vrijheid van geweten en godsdienst, en te waarborgen dat traditie geen afbreuk doet aan de persoonlijke wilsvrijheid, noch aan de rechten van de vrouw en het beginsel van gendergelijkheid;
12. invite les gouvernements de l'Europe du Sud-Est, à la lumière de l'accroissement du fondamentalisme religieux et du retour au patriarcat dans les sociétés, à garantir les libertés fondamentales et le respect des droits humains de même que la liberté de pensée, de conscience et de religion, et à veiller à ce que la tradition ne réduise pas l'autonomie personnelle ou ne viole pas les droits des femmes ainsi que le principe de l'égalité de genre;