Me
t betrekking tot de richtlijn 2004/38/EG heeft het
Hof van Justitie reeds kunnen vaststellen dat die richtlijn tot doel heeft de uitoefening van het fundamenteel en persoonlijk recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten, dat door het Verdrag rechtstreeks aan alle burgers van de Unie wordt verleend, te vergemakkelijken en met name dat recht te versterken, zodat die burgers aan die richtlijn niet minder rechten kunnen
ontlenen dan aan de handelingen ...[+++] van afgeleid recht die bij die richtlijn zijn gewijzigd of ingetrokken (HvJ, 25 juli 2008, C-127/08, Metock e.a., punten 82 en 59; HvJ, 7 oktober 2010, reeds aangehaald, punt 30).
En ce qui concerne la Directive 2004/38/CE, la Cour de justice a déjà eu l'occasion de constater que cette directive vise à faciliter l'exercice du droit fondamental et individuel de circuler et de séjourner librement sur le territoire des Etats membres qui est conféré directement aux citoyens de l'Union par le Traité et qu'elle a notamment pour objet de renforcer ce droit, de sorte que lesdits citoyens ne sauraient tirer moins de droits de cette directive que des actes de droit dérivé qu'elle modifie ou abroge (CJCE, 25 juillet 2008, C-127/08, Metock e.a., points 82 et 59; CJUE, 7 octobre 2010, précité, point 30).