De verzoekende partijen verwijten de wetgever te zijn overgegaan tot een geldigverklaring van voor de Raad van State aangevochten koninklijke besluiten door « retroactieve vervanging » ervan, zonder dat uitzonderlijke omstandigheden zulks verantwoorden, met schending van de in het middel (A.5) vermelde grondwettelijke, wettelijke en verdragsrechtelijke bepalingen alsmede algemene rechtsbeginselen.
Les parties requérantes reprochent au législateur d'avoir procédé à une validation d'arrêtés royaux entrepris devant le Conseil d'Etat, par « substitution de nature rétroactive » de ces arrêtés, sans que des circonstances exceptionnelles le justifient, violant ainsi les dispositions constitutionnelles, législative et conventionnelle, ainsi que les principes généraux, indiqués au moyen (A.5).