« Houdt het artikel 10bis van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 [betreffende het
rust- en overlevingspensioen voor werknemers], dat het beginsel van de éénheid van loopbaan in geval van gemengde loopbanen (deels openbare sector, deels privé sector) instelt, een discriminatie in, die onverenigbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in combinatie met artik
el 1 van het eerste aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met artikel 14 van voor
...[+++]noemd Verdrag, ten nadele van de leden van het varend personeel van de Strijdkrachten die een gemengde loopbaan hebben uitgevoerd in zoverre dit artikel wordt geïnterpreteerd als dat het toelaat, in de teller van de belangrijkheidsbreuk met betrekking tot het militair pensioen van het varend personeel van de Strijdkrachten, rekening te houden met de fictieve dienstjaren die, voor de berekening van het bedrag van het militair pensioen van dit varend personeel, bij de werkelijk gepresteerde dienstjaren worden toegevoegd, met als enige bedoeling een vroegtijdige pensioenstelling omwille van een voorbarige lichamelijke uitputting van dit personeel te compenseren (artikelen 4 en 51 van de samengeordende wetten op de Militaire Pensioenen), hetgeen voor gevolg heeft dat het werknemerspensioen, waartoe zij bijdragen hebben betaald en waarop zij recht hebben, aanzienlijk gereduceerd wordt, of zelfs afgeschaft ?« L'article 10bis de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre
1967 [relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés], qui instaure le principe de l'unité de carrière en cas de carrières mixtes (en partie du secteur public, en partie du secteur privé), contient-il une discrimination incompatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution, éventuellement en combinaison avec l'article 1 du Premier Protocole additionnel à la Convention européenne des droits de l'homme et des libertés fondamentales ainsi qu'avec l'article 14 de la Convention précitée, au préjudice des membres du personnel navigant des Forces armées qui on
...[+++]t mené une carrière mixte en tant que cet article s'interprète comme permettant de tenir compte, dans le numérateur de la fraction exprimant l'importance de la pension militaire du personnel navigant des Forces armées, des années de service fictives qui sont ajoutées, pour le calcul du montant de la pension militaire de ce personnel navigant, aux années de service effectivement prestées, dans le seul but de compenser une mise à la pension anticipée en raison d'un épuisement physique prématuré de ce personnel (articles 4 et 51 des lois coordonnées sur les pensions militaires), ce qui a pour effet que la pension des travailleurs salariés pour laquelle ils ont payé des cotisations et à laquelle ils ont droit est sensiblement réduite, voire supprimée ?