Het derde middel, dat is gericht tegen de artikelen 2 tot 5 en 8 tot 10 van de bestreden wet, is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artik
el 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europ
ees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de combinatie van de bepalingen waarbij de heffing wordt ingevoerd en van die welke voorzien in een vrijstelling of een schorsing
ertoe leidt dat een quasi gedwongen ...[+++] verkoop wordt ingevoerd die neerkomt op een feitelijke onteigening.
Le troisième moyen, dirigé contre les articles 2 à 5 et 8 à 10 de la loi attaquée, est pris de la violation des articles 10, 11 et 16 de la Constitution, combinés ou non avec l'article 1 du Premier Protocole additionnel à la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que la combinaison des dispositions qui instaurent le prélèvement et de celles qui prévoient une dispense ou une suspension aboutit à instaurer une vente quasi forcée et équivaut à une expropriation de fait.