De suikerovereenkomst heeft laten zien dat de ACS-staten die in staat waren om op deze voorwaarden suiker te leveren hun economie hebben ontwikkeld. De landen die daartoe niet in staat waren, zagen zichzelf gedwongen om aan multinationals te leveren tegen prijzen die ver onder de armoedegrens lagen, en dat zal zo blijven doorgaan.
L’accord sur le sucre a montré que les pays ACP qui ont pu fournir du sucre selon les conditions fixées ont vu leur économie se développer, tandis que les autres ont été contraints de le vendre aux multinationales à des prix inférieurs au seuil de pauvreté.