3. is van mening dat kortetermijnmaatregelen aan de vraagzijde voor herstel van de economische bedrijvigheid (wijzigingen van de rentetarieven en fiscale aanpassingen) in de eerste plaats geen bedreiging mogen vormen voor de macro-economische stabiliteit teneinde de eco
nomische en sociale actoren hernieuwd vertrouwen te geven, in de tweede plaats niet mogen leiden tot uitholling van het Europese concurrentievermogen in een geglobaliseerde markt en in de derde plaats verenigbaar moeten zijn met een vermindering van de staatsschuld en een verhoging van de overheidsbesparingen met het oog op de financiering van overheidsinvesteringen ter ve
...[+++]rsnelling van de economische groei en het aanpakken van het gevaar dat de vergrijzing voor het Europees sociaal model inhoudt; 3. estime qu
e toute politique d'action sur la demande à court terme visant à relancer l'activité (modifications des taux d'intérêt et ajustements fiscaux) devrait: premièrement, ne pas remettre en question la stabilité macroéconomique afin de restaurer la confiance des acteurs économiques et sociaux; deuxièmement, ne pas amoindrir la compétitivité des entreprises européennes sur un marché mondialisé; troisièmement être compatible avec la réduction de la dette publique et avec l'augmentation de l'épargne publique afin de financer les investissements publics nécessaires pour accélérer la croissance économique et relever le défi que le vi
...[+++]eillissement de la population constitue pour le modèle social européen;