Art. 26. Aan het einde van de legislatuur of in geval van een constructieve motie van wantrouwen stelt de Regering elke uittredend Minister die geen ministeriële functie meer uitoefent, een adviseur en uitvoerend ambtenaar ter beschikking voor een periode van 5 jaar die een aanvang neemt op de datum van zijn ontslag inzoverre hij niet geniet van een gelijkaardige maatregel ten laste van de federale staat of een andere gefedereerde entiteit.
Art. 26. En fin de législature ou en cas de motion de défiance constructive, le Gouvernement met à la disposition de chaque membre du Gouvernement sortant de charge et n'exerçant plus des fonctions ministérielles, un conseiller et un agent d'exécution pour une période de 5 ans prenant cours à la date de sa démission, pour autant qu'il ne bénéficie pas d'une mesure analogue à charge de l'Etat fédéral ou d'une autre entité fédérée.