Art. 11. De dagen van arbeidsonderbreking ingevolge een ongeval, beroepsziekte, gewone ziekte, gedeeltelijke of tijdelijke werkloosheid en palliatief verlof komen in aanmerking voor de eindejaarspremie; het maximum aantal aldus gelijkgestelde dagen dat in aanmerking genomen wordt, wordt bepaald op een derde van het aantal gepresteerde dagen tijdens de referteperiode en dit vanaf de eindejaarspremie 1997 (referteperiode van 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997).
Art. 11. Les jours d'interruption de travail par suite d'accident, maladie professionnelle, maladie ordinaire, chômage partiel ou temporaire et congé palliatif entrent en ligne de compte pour la prime de fin d'année; le nombre maximum de jours ainsi assimilés pris en considération est fixé à un tiers du nombre de jours prestés pendant la période de référence et ce à partir de la prime de fin d'année 1997 (période de référence du 1 juillet 1996 jusqu'au 30 juin 1997 inclus).