Hij hield zich meer bepaald bezig met de problematiek rond de uitlevering van onderdanen, de mogelijkheid tot weigering van uitlevering in geval van politieke delicten en de eis van handhaving en de mogelijke afwijking van het algemene beginsel van de dubbele strafbaarheid indien het gaat om delicten die zijn begaan door misdaadorganisaties.
Il a abordé plus particulièrement les aspects relatifs à l'extradition des nationaux, à la possibilité du refus d'extradition dans le cas d'infractions de nature politique et à l'exigence de maintenir et à la dérogation possible au principe général de la double incrimination lorsqu'il s'agit d'infractions commises par des associations de malfaiteurs.