Artikel 1. Indien een persoon, voor of na de aflevering van zijn vergunning voor het verwerven van de hoedanigheid van erkend entrepothouder, een andere onregelmatigheid of overtreding heeft begaan dan deze bedoeld in artikel 20, § 3, van de wet, kan het bedrag van de zekerheid vastgesteld bij artikel 13, 1e alinea, 1° van dezelfde wet worden verhoogd volgens de modaliteiten bepaald door de Minister van Financiën.
Article 1. Lorsqu'une personne a commis, antérieurement ou postérieurement à la délivrance de son autorisation en vue d'exercer en qualité d'entrepositaire agréé, une irrégularité ou une infraction autre que celles visées à l'article 20, § 3, de la loi, le montant de la caution fixée par l'article 13, 1 alinéa, 1°, de la même loi, peut être augmenté suivant les modalités à déterminer par le Ministre des Finances.