Op voorstel van de Burgemeester of van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, opgesteld op grond van een professioneel sociaal onderzoek, kan de Minister afwijken van de voornoemde voorwaarde indien de bedoelde gezinnen effectief beschikken over financiële middelen die hoger zijn dan de bedragen bedoeld in artikel 4, § 1 van het besluit van 26 september 1996 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en indien ze in een uitzonderlijke noodsituatie verkeren.
Sur proposition, établie sur base d'une d'enquête sociale professionnelle, du Bourgmestre ou du Centre Public d'Aide Sociale, le Ministre peut déroger à la condition précitée lorsque les ménages visés disposent effectivement de ressources financières supérieures aux montants prévus à l'article 4§ 1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 1996 et se trouvent dans une situation de précarité exceptionnelle.