Volgens de inlichtingen die de gemachtigde van de minister heeft verstrekt, zou om de uitdrukkelijke en specifieke akkoordbevinding van de minister van Begroting verzocht zijn, zodat de procedure waarin artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole voorziet eerst als doorlopen zal kunnen worden beschouwd wanneer die akkoordbevinding voorhanden zal zijn.
Selon les informations fournies par le délégué du ministre, l'accord exprès et particulier du ministre du Budget aurait été demandé, de sorte que la procédure prévue par l'article 5 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ne pourra être considérée comme accomplie que lorsqu'il aura été donné.