4. Indien de Belgissche douane-autoriteiten zich enkel kunnen baseren op een procedure van verificatie a posteriori om illegale preferentiële invoer (uit de bezette gebieden) vanuit Israël tegen te gaan, denkt u dat de Gemeenschap of de douane-autoriteiten in staat zullen zijn preferentiële invoer te identificeren en te weigeren van daarvoor niet in aanmerking komende producten die afkomstig zijn van derde landen en daaraan hun oorsprong hebben verleend na verwerking op hun grondgebied van basismateriaal dat met onjuiste oorsprongscertificaten vanuit Israël werd ingevoerd ?
4. Si les autorités douanières belges ne peuvent se baser que sur la procédure de vérification a posteriori pour empêcher les importations préférentielles illicites (liées aux colonies) en provenance d'Israël, supposez-vous que la Communauté ou les autorités douanières seront capables d'identifier et de refuser le traitement préférentiel aux produits inéligibles en provenance d'États tiers qui auraient conféré l'origine à ces produits, après avoir cumulé des matériaux importés d'Israël — sous des certificats d'origine impropres — et les transformations subies sur leur propre territoire ?