De verzoekers leiden een vierde middel af uit het feit dat de door hen aangevochten bepalingen een discriminatie in het leven zouden roepen die strijdig zou zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de onaantastbaarheid van de individueel verworven situaties, met artikel 23, derde lid, 1°, van de Grondwet en met artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten) tussen de notarissen, enerzijds, en de advocaten bij het Hof van Cassatie en de gerechtsdeurwaarders, anderzijds, i
n zoverre de enkele beroepsactiviteit ...[+++] van eerstgenoemden aan een leeftijdsgrens wordt onderworpen, te dezen 67 jaar.
Les requérants prennent un quatrième moyen de ce que les dispositions qu'ils attaquent créeraient une discrimination contraire aux articles 10 et 11 de la Constitution (combinés avec le principe général de l'intangibilité des situations individuelles acquises, avec l'article 23, alinéa 3, 1°, de la Constitution et avec l'article 6 du Pacte international relatif aux droits économiques, sociaux et culturels) entre les notaires, d'une part, les avocats à la Cour de cassation et les huissiers de justice, d'autre part, en ce que seule l'activité professionnelle des premiers est soumise à une limite d'âge, en l'espèce de 67 ans.