In het eerste onderdeel van het middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, voert de eerste verzoeker aan dat een discriminerend onderscheid zou worden gemaakt tussen, enerzijds, de personen die, zoals hij, op grond van artikel 21, § 5, van de Taalwet Bestuurszaken in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad pas kunnen worden benoemd of bevorderd in een ambt of betrekking waarvan de titularis omgang heeft met het publiek, wanneer de betrokkene het bewijs heeft geleverd van een voldoende of elementaire kennis van de tweede taal, en, anderzijds, de
begunstigden van de betwiste overgangsregeling die van het vereist ...[+++]e van een dergelijke kennis zijn vrijgesteld.Dans la première branche du moyen, pris de la violation des articles 10 et 11 de la Constitution, le premier requérant fait valoir qu'une distinction discriminatoire serait faite entre, d'une part, les personnes qui, comme lui, ne peuvent, en vertu de l'article 21, § 5, de la loi sur l'emploi des langues en matière administrative, être nommées ou promues, dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, à une fonction ou à un emploi dont le titulaire a des rapports avec le public, que lorsque l'intéressé a fourni la preuve d'une connaissance suffisante ou élémentaire de l'autre langue et, d'autre part, les bénéficiaires de la mesure transitoire contestée, qui sont exemptés
de la condition de cette ...[+++] connaissance.