Art. 6. Indien een handeling wordt overgedaan na een intrekking of een vernietigingsarrest van de Raad van State, zullen de bevoegdheden die voordien toebedeeld waren aan de gemeenschappelijke commissie van beroep, uitgeoefend worden door de regionale kKamer van beroep die bevoegd is krachtens de artikelen 26 en volgende van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door onderhavig besluit.
Art. 6. En cas de réfection d'un acte, suite à un retrait d'acte ou à un arrêt d'annulation du Conseil d'Etat, les compétences anciennement dévolues à la commission de recours commune aux organismes seront exercées par la chambre de recours régionale compétente en vertu des articles 26 et suivants de l'arrêté de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 mars 2014 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, tels que modifiés par le présent arrêté.