F. overwegende dat bio-onderzoekers op grond van het VBD en het bijbehorende Nagoyaprotocol verplicht zijn „voorafgaande geïnformeerde toestemming” (VGT) te verkrijgen van en „onderling overeengekomen voorwaarden” (OOV) te bereiken met de oorsprongslanden of inheemse en lokale gemeenschappen ten aanzien van traditionele kennis met betrekking tot genetische hulpbronnen, en om de uit bioprospectie voortvloeiende baten te delen met de landen en gemeenschappen van oorsprong;
F. considérant que la convention sur la diversité biologique et le protocole de Nagoya imposent aux bioprospecteurs d'obtenir le «consentement préalable donné en connaissance de cause» des pays d'origine ou des communautés locales et indigènes en matière de savoirs traditionnels associés aux ressources génétiques, de fixer avec eux des «conditions convenues d'un commun accord» et de partager avec eux les avantages de la bioprospection;