Door de bekrachtiging van het verdrag van Parijs van 13 October 1919 heeft België, zoals de andere contracteerende Staten, aangenomen zijn recht om het vliegen boven zijn grondgebied of boven bepaalde gebieden daarvan aan luchtvaartuigen van die Staten te verbieden, in het belang van het luchtvaartverkeer, te beperken.
En ratifiant la convention de Paris du 13 octobre 1919, la Belgique, comme les autres États parties, a accepté de limiter, dans l'intérêt des relations aéronautiques, son droit d'interdire aux aéronefs de ces États, le survol de son territoire ou de certaines zones de celui-ci.