Dankzij dat werkprogramma, dat in nauw overleg met de Raad van Europa en met andere internationale organisaties, zoals de OESO, dient te worden opgesteld, zou elke Lid-Staat beschikken over een objectief referentiekader waaraan hij de kwaliteit van zijn onderwijs in levende talen en de mate van aanpassing daarvan aan de behoeften kan afmeten, en zou hij aanwijzingen krijgen over de manier waarop bovengenoemde vaardigheden kunnen worden verbeterd.
Un tel travail, qui devrait être effectué en étroit contact avec le Conseil de l'Europe, ainsi qu'avec d'autres organisations internationales, telles que l'Organisation de coopération et de développement économiques, fournirait à chaque État membre des outils de réflexion objectifs sur la qualité de son enseignement des langues vivantes et son adaptation aux différents besoins, et donnerait des indications sur les moyens de les renforcer.