Vanaf het ogenblik dat een persoon het voorwerp uitmaakt van « een tegen hem ingestelde strafvervolging » moet die bijgevolg onder meer het recht genieten om niet bij te dragen tot zijn eigen incriminatie, alsook het zwijgrecht en het recht om de bijstand van een advocaat te genieten (EHRM, 14 oktober 2010, Brusco t. Frankrijk, §§ 47-50).
C'est en conséquence dès le moment où une personne fait l'objet d'une « accusation en matière pénale », qu'elle doit bénéficier notamment du droit à ne pas contribuer à sa propre incrimination et du droit à garder le silence, ainsi que du droit à bénéficier de l'assistance d'un avocat (CEDH, 14 octobre 2010, Brusco c. France, §§ 47-50).