Ten slotte wordt een derde prejudiciële vraag aan het Hof gesteld over het feit dat de ondernemingen en beoefenaars van een vrij beroep, bij niet-aangifte, door de in het geding zijnde bepaling op dezelfde wijze worden behandeld als de buitenlandse ondernemingen bedoeld in artikel 342, § 2, van het WIB 1992.
Enfin, par une troisième question préjudicielle, la Cour est interrogée sur le fait qu'en cas d'absence de déclaration fiscale, la disposition en cause traite les entreprises et titulaires de professions libérales de la même manière que les entreprises étrangères visées à l'article 342, § 2, du CIR 1992.