Een tweede oorzaak van de slechte werking is volgens hem het conflict tussen de twee belangrijkste leidinggevende figuren, de heer Desmet en de heer Canneel, een conflict dat tot uiting komt in de tegenstrijdige omzendbrieven van de heer Canneel in 1989 en vervolgens in 1991.
Il explique ensuite qu'une deuxième cause de dysfonctionnement est le conflit qui oppose ses deux principaux dirigeants, M. Desmet et M. Canneel, conflit qui se cristallise au travers des circulaires contradictoires émises par M. Canneel en 1989 et ensuite en 1991.