Art. 33. § 1. Indien het nationale grondgebied, voor zover bekend, niet besmet is, maar ook niet vrij verklaard is, met name gezondheidsstatus categorie III van bijlage 3, deel A, van één of meer van de in bijlage 4, deel B, vermelde niet-exotische ziekten, kan de Minister opdracht geven aan het Voedselagentschap om, overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie, een bewakingsprogramma op te stellen om de ziektevrije status voor één of meer van deze ziekten te verkrijgen.
Art. 33. § 1. Lorsque le territoire national n'est pas connu comme étant infecté mais n'est pas déclaré indemne, notamment la catégorie III à l'annexe 3, partie A, d'une ou plusieurs maladies non exotiques répertoriées à l'annexe 4, partie B, le Ministre peut charger l'Agence alimentaire d'élaborer un programme de surveillance conforme aux lignes directrices de la Commission pour être déclaré indemne d'une ou de plusieurs de ces maladies.