Moet richtlijn 93/13/EEG (2) van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten [hierna: „richtlijn 93/13”] aldus worden uitgelegd dat de dienst waarmee de aflossing van het consumentenkrediet wordt gewaarborgd en die bestaat in het innen in contanten van de door de consument betaalde termijnen van het krediet, het hoofdvoorwerp van de prestatie bij het consumentenkrediet vormt?
Convient-il d’interpréter la directive 93/13/CEE (2) du Conseil, du 5 avril 1993, concernant les clauses abusives dans les contrats conclus avec les consommateurs (ci-après la «directive 93/13») en ce sens que le service de garantie du remboursement du crédit à la consommation, consistant en la perception, de la main à la main, des mensualités dues par le consommateur, constitue l’objet principal du service dans le cadre du crédit à la consommation?