Moet het nog worden herhaald dat België paradoxaal genoeg verplicht is om het verhuren van een plaats met het oog op prostitutie te verbieden (artikel 2 van de Conventie van New York van 20 maart 1950), terwijl het verhuren ervan voor prostitutie toegestaan is wanneer er geen oogmerk is om abnormale winst te maken (artikel 380, § 1, 3º, van het Strafwetboek (16)
Faut-il rappeler que la Belgique est sous l'obligation paradoxale de devoir interdire la location d'un lieu aux fins de prostitution (article 2 de la Convention de New-York du 20 mars 1950) alors qu'elle autorise cette même location aux fins de prostitution lorsque le but n'est pas de réaliser un profit anormal (article 380, § 1 , 3º du Code pénal) ? (16) .