3. De Staten die Partij zijn werken voorts samen bij het voorkomen van de in artikel 2 omschreven strafbare feiten door het uitwisselen van nauwkeurige en gecontroleerde inlichtingen in overeenstemming met hun nationaal recht en het coördineren van bestuursrechtelijke en andere maatregelen die, waar nodig, worden genomen ter voorkoming van het plegen van in artikel 2 omschreven strafbare feiten, met name door :
3. Les États Parties coopèrent en outre à la prévention des infractions visées à l'article 2 en échangeant des renseignements exacts et vérifiés conformément à leur législation interne et en coordonnant les mesures administratives et autres mesures prises, le cas échéant, afin de prévenir la commission des infractions visées à l'article 2, et notamment en :