Het vierde lid van
artikel 39 bepaalt echter : " De toepassing van het in het eerste lid bepaalde maximumbedrag mag evenwel niet tot gevolg hebben dat een kerkelijk pen
sioen lager komt te liggen dan de wedde van een onderpastoor, dominee, van kapelaan van de anglikaanse eredienst (naargelang van de kerk waaraan de betrokkene verbonden was), van officiant, van de iman, van aalmoezenier 1ste en 2de klasse verbonden aan het ministerie van Landsverdediging, of van de minimumwedde van aalmoezenier verbonden aan een
ander min ...[+++]isterieel departement, of van de gemiddelde wedde die tot grondslag heeft gediend voor de berekening van het pensioen indien zij lager is dan een van de hierboven bedoelde wedden naargelang de uitgeoefende bediening" .L'alinéa 4 de l'article 39 stipule toutefois que " l'application du plafond prévu à l'alinéa 1er ne peut avoir pour effet de ramener une pension ecclésiastique à un montant inférieur à celui du traitement de vicaire, de pasteur, de chapelain du culte anglican (selon l'église à laquelle l'intéressé était attaché), de ministre officiant, d'iman, d'aumônier de 1ère et de 2me classe attaché au ministère de la Défense nationale, ou du traitement minimum d'aumônier
attaché à un autre département ministériel, ou du traitement moyen ayant servi de base au calcul de la pension s'il est inférieur à l'un des traitements prévus ci-avant, selon le m
...[+++]inistère exercé " .