Wanneer een persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft de pensioenleeftijd bedoeld in de artikelen 3, § 1, en 16, eerste lid van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 ten vroegste op 1 december 2003 bereikt, worden zijn rechten op een rustpensioen als zelfstandige ambtshalve onderzocht, op voorwaarde dat de beroepsbezigheid die in die hoedanigheid werd uitgeoefend, de verplichte of vrijwillige onderwerping krachtens de wetten die het pensioenstelsel der zelfstandigen geregeld hebben en krachtens het koninklijk besluit nr. 38 tot gevolg had.
Lorsqu'une personne qui a sa résidence principale en Belgique atteint l'âge de la pension visé aux articles 3, § 1, et 16, alinéa 1 de l'arrêté royal du 30 janvier 1997, au plus tôt le 1 décembre 2003, ses droits à la pension de retraite de travailleur indépendant sont examinés d'office, à la condition que l'activité professionnelle exercée en cette qualité ait entraîné l'assujettissement obligatoire ou volontaire en vertu des lois qui ont régi la pension des travailleurs indépendants et en vertu de l'arrêté royal n° 38.