De Commissie is van oordeel dat het opleggen van deze financiële bijdragen aan bouwondernemingen die in andere lidstaten gevestigd zijn (in dit specifieke geval in Luxemburg) en daar al voor soortgelijke regelingen voor dezelfde werknemers en voor dezelfde perioden betalen, een ongerechtvaardigde belemmering vormt voor het vrij verrichten van diensten en in strijd is met artikel 59 van het EG-Verdrag.
La Commission considère que l'obligation de verser ces cotisations imposée aux entreprises de construction établies dans d'autres États membres (au Luxembourg dans l'affaire en cause), qui y cotisent déjà à des régimes équivalents pour les mêmes travailleurs et pour les mêmes périodes, constitue une entrave injustifiée à la libre prestation des services contraire à l'article 59 du traité CE.