Art. 148. In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 147, wordt een artikel 20 ingevoegd, luidende : "Art. 20. De uitgaansvergunning als bedoeld in artikel 4, § 3, het penitentiair verlof en de onderbreking van de strafuitvoering worden niet toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk".
Art. 148. Dans le chapitre IVbis, inséré par l'article 147, il est inséré un article 20 rédigé comme suit : "Art. 20. La permission de sortie visée à l'article 4, § 3, le congé pénitentiaire et l'interruption de l'exécution de la peine ne sont pas accordés s'il ressort d'un avis de l'Office des étrangers que le condamné n'est pas autorisé ou habilité à séjourner dans le Royaume".