De eerste benadering beschouwt de doodstraf als moreel aanvaardbaar aangezien de beklaagde een leven heeft genomen (vergelding), als een afschrikwekkend middel aangezien mogelijke daders uit vrees voor hun leven afzien van de daad, terwijl rechtvaardigheid onbelangrijk of niet bewezen is.
Le premier modèle considère que la peine de mort est morale, car l’accusé a ôté une vie (compensation), qu’elle est dissuasive car les criminels potentiels s’abstiennent de passer à l’acte de peur d’être exécutés, tandis que l’impartialité n’entre pas en ligne de compte ou n’a pu être démontrée.