Niet alleen blijkt het — geheel of gedeeltelijk — uit handen geven van de bevoegdheid om de « gemeenschapssenatoren » aan te wijzen niet te kunnen worden ing
epast in wat in het voorgestelde grondwetsartikel 53, § 6, bedoeld is (voetnoot 1 van het geciteerde advies : Uit de toelichting bij het voorstel tot herziening van artikel 53 van de Grondwet kan alleen worden opgemaakt dat werd gedacht aan de mogelijkheid om de « voordracht van de kandidaten-gemeenschapssenatoren » toe te vertrouwen aan de Gewestraad en de taalgroepen van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad), doch bovendien dient in ieder geval te worden vastgesteld
dat de voo ...[+++]rgestelde regeling in strijd is met de duidelijke bewoordingen van het voorgestelde artikel 53, § 1, 3 en 4, van de Grondwet, luidens hetwelk de in die bepaling bedoelde senatoren immers worden aangewezen respectievelijk « door » (en uit) de Vlaamse Raad en « door » (en uit) de Franse Gemeenschapsraad».Non seulement la délégation — partielle ou totale — du pouvoir de désigner les « sénateurs de communauté » ne semble pas
pouvoir s'inscrire dans les prévisions de l'article 53, § 6, proposé, de la Constitution (note de bas de page 1 de l'avis cité: Les développements de la proposition de révision de l'article 53 de la Constitution permettent uniquement d'établir que l'on a envisagé la possibilité de confier « la présentation des candidats-sénateurs de communauté » au Conseil régional et aux groupes linguistiques du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale), mais force est de constater, en tout cas, que le système proposé est contraire
...[+++]à la formulation explicite de l'article 53, § 1 , 3 et 4, proposé de la Constitution, aux termes duquel les sénateurs visés par cette disposition sont en effet désignés respectivement « par » le Conseil flamand (en son sein) et « par » le Conseil de la Communauté française (en son sein)».