De normatieve bepalingen in de artikelen 2 tot 12 betreffen de aansprakelijkheid van rechtspersonen in geval va
n corruptie van een buitenlands ambtenaar (artikel 2), de strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke sancties (artikel 3), de bevoegdheid van de Staten om kennis te nemen van schendingen van het Verdrag (artikel 4), de tenuitvoerlegging van onde
rzoek en vervolging door de Verdragsluitende Staten (artikel 5), de verjaringstermijnen va
n corruptie van een buitenlands ambtenaar ...[+++] (artikel 6), de vaststelling door de Verdragsluitende Staten van corruptie van een buitenlands misdrijf als hoofdmisdrijf met het oog op de toepassing van hun wetgeving inzake het witwassen van geld (artikel 7), de verplichting voor de Staten om boekhoudkundige normen te bepalen ter bestrijding van corruptie van een buitenlands ambtenaar gepleegd door bedrijven (artikel 8), rechtshulp (artikel 9), uitlevering (artikel 10), de aanwijzing van de nationale autoriteiten bevoegd voor de relaties tussen de Staten die voortvloeien uit de toepassing van het Verdrag (artikel 11) en de voortgangscontrole op de toepassing van het Verdrag (artikel 12).Les dispositions normatives des articles 2 à 12 concernent la responsabilité des personnes morales en cas de corruption d'un agent public étranger (article 2), les sanctions pénales et autres (article 3), la c
ompétence des États pour connaître des infractions à la Convention (article 4), la mise en oeuvre d'enquêtes et des poursuites par les États parties (article 5), les délais de prescription applicables à la corruption d'un fonctionnaire étranger (article 6), l'établissement par des États parties, du délit de corruption d'un fonctionnaire étranger comme infraction principale aux fins de l'application de leur législation relative au bl
...[+++]anchiment des capitaux (article 7), l'obligation pour les États parties de fixer des normes comptables visant à combattre la corruption d'un fonctionnaire étranger par les entreprises (article 8), l'entraide judiciaire (article 9), l'extradition (article 10), la notification des autorités nationales compétentes pour les relations entre les États découlant de l'application de la Convention (article 11) et la surveillance de l'application de la Convention (article 12).