35. wijst erop dat onderzoeken van het Bureau slechts bij een gegronde verdenking openbaar mogen worden gemaakt, overeenkomstig artikel 6 van de OLAF-Verordening niet onderbroken mogen worden en een gepaste duur moeten hebben; verzoekt het Comité van toezicht van OLAF zijn standpunt kenbaar te maken over de vraag of in dit geval deze voorschriften zijn overtreden en het onderzoek mogelijkerwijs misbruikt werd om journalisten onder druk te zetten of te intimideren;
35. rappelle que l'Office ne peut ouvrir d'enquête qu'en cas de soupçon fondé et que, conformément à l'article 6 du règlement OLAF, les enquêtes doivent être conduites sans désemparer et pendant une période de temps raisonnable; demande au comité de surveillance de l'OLAF d'émettre un avis indiquant si, en l'occurrence, il a été contrevenu à ces dispositions et s'il a éventuellement été fait un usage abusif de l'enquête pour exercer une pression sur des journalistes ou les intimider;